Reelaas
Jubileum Monstertocht
zaterdag 18 juni 2022

MeMorabele jubileumtocht

Wat een tweedaagse MeMo-activiteit (Meerdaagse Monstertocht) had moeten zijn, was door een op meteorologische en logistieke gronden door het bStuur gereduceerd tot een monstertochtje van één dag. En wat voor een dag! Eentje die niet licht vergeten zal worden, zeker niet door hen die sinds de dag van oprichting onderdeel uitmaken van de SOW-familie. En hoe nuttig bleek de opzet van deze tocht dat er op verschillende punten afgestoken kon worden. Daar werd dan ook dankbaar gebruik van gemaakt, want de maximale lus van 300 kilometers bleek – mede door oponthoud onderweg – wat al te ambitieus.

Als om 06.00 uur de SOW-ers zich verzamelen, heeft de één een betere nacht erop zitten dan de ander. We ontmoeten ook Ton die dan al een autorit vanuit Appel heeft verricht. Jurriën heeft een route gemaakt op basis van wensen van het bStuur. Het meesterwerk dat JvE, onze routebouwer, ons had bedacht, maakte veel indruk.

Tim had zijn materiaal niet helemaal op orde, want zijn buitenband bleek dermate kwetsbaar dat geen binnenbandje het er lang in uithield. Dat begon al bij Zoetermeer, waar ons in die tegenvaller tevens een primeur wachtte: er werkte zowaar een gaspatroon! Het oponthoud deed zich nog tweemaal voor, zodat de onfortuinlijke TvK in Oostvoorne na het recentelijk aanschaffen van een nieuw huis andermaal een diepte-investering deed: met zowel een buiten- als een binnenbandje werd kans op nieuw onheil stevig verkleind.

De uitgestippelde tocht naar het pontje van Maassluis deed zich kenmerken door voornamelijk het gebruik van overzichtelijke, goed geasfalteerde en veilige fietspaden. We stonden er van te kijken. Het was natuurlijk ook best vroeg, dus het was zowel heerlijk koel als rustig. Het verbaasde een mede-weggebruiker dan ook dat ze zelfs op dit vroege tijdstip al een wielerformatie tegenkwam: “Ben je vroeg, zie je ze nog!”, fulmineerde de lycrahaatster.

De overvaart naar Rozenburg werd gebruikt om wat verder bij te praten, te genieten van de deining die de golven brachten, wat reepjes naar binnen te douwen en te beseffen hoe goed het is om Samen Op Weg te zijn. Goedgehelmd vervolgden we onze weg, maar stuitten toen op onverwachte hinder: de brug over het Calandkanaal was onneembaar. Er moest twee kilometer worden omgereden. Ach, dat stukkie kon er ook nog wel bij.

Uitspraak van de week
14, Tim, van Klaveren, TVK, tvk, Tim van Klaveren, timvanklaveren@msn.com, , 2022-02-28 19:27:54, ,

“Al m'n geld zit in dat huis“

Tim naar aanleiding van opmerkingen over de staat van zijn buitenbandje

Na de omleiding pakte CvE voor even de leiding en ging het met wat meer tempo door een parkachtige omgeving. Na de bandenwissel in Oostvoorne kwamen we al spoedig bij de ons welbekende Haringvlietdam, die we vorig seizoen ook al genomen hadden. Van alle inspanningen en de sterker wordende zon werden we dorstig en verschenen er hallucinaties van koude cola’s op ons netvlies. In Nieuwe Tonge vonden we een snacktent waar het zoete ingeblikte nat heerlijk koud zijn weg vond in onze droge kelen. De servicegerichte uitbaatster verwende ons met het afvullen van onze bidons met verkwikkend koud water. Ook verwees zij ons voor een goede lunch onbaatzuchtig naar even verderop. We troffen net buiten het dorp inderdaad een chauffeursrestaurant aan, waar de in smeerolie gebakken omeletten op lemen hamlappen werden geserveerd. De honger kon er mee worden gestild, en we zaten er knus onder de veranda, maar dan heb je al het goede wel genoemd.

Met gevulde magen trokken we verder, van nieuwe naar oude tonge en nog verder. Op een smalle polderweg werden we bijna omver gekegeld door een dwaze autorijder die – zo leek het – met 180 kilometer per uur tegemoet stoof. We hielden ons ternauwernood staande.

Nabij Willemstad werd het duidelijk dat de voorzitter zich niet zo fit voelde, en kort daarna begon ook de sEckretaris te zwalken. Er werd even in Klundertse schaduw gestopt, maar de beide bStuursleden herstelden niet meer. Ook een cola-stop in Moerdijk zorgde voor slechts vergeefse hoop op beterschap. De tot speelveldje verbouwde lokale kerk en zijn afzichtelijke toren gaf trouwens ook geen inspiratie op nieuw geloof. Hopende op herstel (Ton) en een wederopstanding (Hans) werden er nog wat kilometers toegevoegd, maar de dip zat te diep, … dieper dan Hollandsch Diep zelfs. Het werd duidelijk dat het hem niet meer ging worden en een nooit eerder vertoond abandon-moment deed zich voor: een bankje midden in Dordtse Biesbosch werd na 180 kilometers fietsen het Waterloo van de bStuursleden.

Een ploegwagen van binnen de familie werd telefonisch geritseld, waarna de wegen zich scheidden. Het bStuur reed gedesillussioneerd Dordrecht in op zoek naar de taxi, en de rest zette zich – ontdaan van de ballast – in opgewaardeerd tempo voort richting het nog ver gelegen Boskoop.

Omdat de verslaggever ter plaatse niet meer ter plaatse was, moet u het – beste lezer – vanaf hier doen met wat uit overlevering bewaard is gebleven:

 

De spoorbrug van Sliedrecht was na alle vlakke polders een welkome klim. Bleskensgraaf werd geheel volgens planning links gelaten en werd er tegen de NO wind in koers gezet naar het tweede pondje van de dag, hetgeen samen een kilo maakt. Het betrof de oversteek vanuit Ameide, waar zonaanbidders zich vermaakten op strandjes en jetski’s op het water van de Lek. Een mooi tafereel.

Vanuit Lopik werd tegendraads aan het Lopikerrondje gereden door polsbroeken en dammen. Soms woei de wind de heren in de rug, zodat de vermoeide benen wat werden ontlast. In Oudewater werd op een buitenterras een keuken bereid gevonden wat pasta voor de renners te bereiden. Dat ging er wel in!

Onderwijl was het bStuur in opgevouwen toestand (plus hun gedemonteerde fietsen) in een bescheiden middenklasser autootje tot in Boskoop vervoerd en er daar – nog meer gebroken dan zij al waren – uit hun taxi gerold. Ze realiseerden zich het historische gehalte van de situatie, maar de blijdschap (bijna) thuis te zijn had voor even meer gewicht.

De rest van de Monstertochtenrijders zetten de kroon op hun werk door geSamenlijk het Reeuwijks plassengebied te doorkruisen. Het piepte en kraakte weliswaar bij sommigen, maar mág het na 240 kilometers!

Eenmaal door het eindeloze Zuidwijk heen werd er afscheid genomen van de oosterlingen, waarna de westerlingen de hefbrug nog als laatste inspanning namen.

Een memorabele tocht was ermee tot een einde gebracht. En iedereen was blij dat er de andere dag niet opgestapt behoefde te worden.

Uw verslaggever ter plaatse: Hans van Eck