Reelaas
Loetbos
donderdag 9 juni 2022

Persona non grata

Maar liefst 15 (vijftien!) SOW-ers drommen samen op het Raadhuisplein. De één na de ander nestelt zich in de nauwe kring blauwhemden. Prachtig! Het broederschap hoeft niet te vergaderen of er in twee groepen gekoerst gaat worden, al helemaal niet na de heersende maatschappelijke discussie over groepen racefietsers. We zijn persona non grata op de vaderlandse wegen en dat voelt niet goed. Ook deze avond zouden we het pad van mede-weggebruikers kruisen die ons niet kunnen zien of luchten. Een grote groep mensen hebben al moeite met één enkele lycra-man, laat staan een hele rij zoevende racers. We worden verwenst: “Samen op Weg, met de nadruk op Wég!!”.

Na ons gesplitst te hebben in twee groepen van zes en negen man, gaat elke groep zijns weegs. RL CvE gaat met zijn volgers westwaarts richting Delft, RL EK oostwaarts richting … ja, waar gaan we heen eigenlijk? Er werd niets over los gelaten en we lieten de aanwijzingen ‘rechts’ en ‘links’ maar over ons heen komen. Het vertrouwen in de RL is groot, het zal wel goed komen. En het kwám goed: het werd een prachtige lus.

Uitspraak van de week
27, Eelco, Kranenburg, EK, ek, Eelco Kranenburg, eelco_carola.kranenburg@kpnplanet.nl, , 2022-02-28 19:27:59, ,

“Je gaat mee of je gaat niet mee! Een andere keuze is er niet.“

EK spreekt klare taal als er vooraf geïnformeerd wordt naar welke route hij bedacht heeft.

De gekozen rijrichting betekende dat er vrij vroeg in de rit al geprofiteerd werd van het windjemee. Moeiteloos peddelden we over de wegen, met volop ruimte om wat warme woorden te wisselen met elkaar. Af en toe draaiden we de snuiten toch voor even tegen de wind in, maar dan hadden we JV die dat vuile werk wel wilde opknappen.

Na het Plassengebied bij Reeuwijk te hebben doorkruist, vervolgen we na Haastrecht onze route door de bochtige Vlist. Via de historisch zo beladen Fransekade draaien we rechtsaf de Bovenberg op die ons via Bergambacht tot in het fraaie Loetbos brengt. De routeleider zien we veel op kop, niet alleen vanwege zijn wegwijs functie want je moet er ook de benen voor hebben natuurlijk. Ook JvE neemt fraai gestileerd een ruime kopbeurt voor zijn rekening, zodat het treintje erachter ondanks de westenwind mooi op tempo blijft.

Wat dan volgt is de doorsteek tussen de waterrijke Berkenwoudse Boezem door. Deze kilometerslange Boezemkade, door prachtig groene velden met Hollandse dorpsilhouetjes aan de horizon, is gemaakt voor groepen fietsers als de onze. Goed asfalt, overzichtelijk en nauwelijks autoverkeer. Het is er niet breed, dus ontstaan er geheel spontaan twee waaiertjes waarmee de wind (die er vrij spel heeft) gebroken wordt. Na hier minutenlang van te hebben mogen genieten, draaien we aan het eind gekomen verrassenderwijs bij het buurtschap Lagedijk de IJsseldijk op.

Via Gouderak komen we uit bij Gouda-zuid, waar we de sluizen passeren en via Het Weegje doorstuiteren over de Zuidkade van Waddinxveen. We passeren daar de nodige obstakels vanwege wegwerkzaamheden en terrasafscheidingen. Ons geploeter tussen de opgeworpen versperringen geeft terrasgebruikers hoorbaar aanleiding om ons op onvriendelijke wijze weg te zetten. We weten weer waar we staan.

Richting Boskoop breekt Marcel een middagritje met zijn dochter op, of was het vanwege het verslepen van vele zware tegels? Het tempo wordt wat gematigd, totdat op de Zuidkade van Boskoop een eindspurt wordt ingezet. Voor het slotakkoord bestaat maar weinig animo, dus strijden slechts HvE en JV om de kuitjes nog één keer te testen deze avond. Het is JV die als eerste thuiskomt, hoewel hij doodleuk zijn huis voorbijrijdt en er zelf deze avond nog een extra lus bij verzint. Het was immers nog wel even licht.

Op dorp wordt er afscheid gezwaaid. Een hele mooie lus was gerond. De beentjes weer wat sterker. Persona non grata op de weg, maar thuis des te meer welkom.

SOWeetje

Column Thijs Zonneveld | Ik kan me geen ritje herinneren waarin ik níét werd uitgemaakt voor aso of teringhond

Columnist en amateurwielrenner Thijs Zonneveld maakt zich boos over de reacties op de val van Sander Dekker. Hij schreef er een speciale column over.

Zes keer bijna overhoop gereden door een auto. Twee keer door een vrachtwagen. Eén keer door een maaltijdbezorger van een pizzatent, één keer door een klein meisje van wie de ouders niet zaten op te letten. Drie keer door een toerist die het begrip fietspad niet begreep. Twee keer werd ik bijna van mijn fiets getrokken door loslopende honden. Zeven keer moest ik een wandelaar ontwijken die appen of Facebooken belangrijker vond dan de verkeersregels.

Bovenstaande is de opbrengst van een week, hooguit. Een keer of vier op de racefiets. Ik kan me de laatste keer niet herinneren dat ik een ritje reed zonder bijna-botsingen met onoplettende automobilisten, brommers of wandelaars. Of een training waarin ik níet werd uitgemaakt voor aso, kankerlijer of teringhond. Of het nu een taxichauffeur is die naar z’n telefoon staart, een automobilist die niet uitkijkt voordat-ie afslaat of pubers die vier breed over het fietspad lopen: het is altijd de schuld van die randdebiel in z’n lycra pakje die denkt dat de weg van hem of haar is. Soms ga ik in discussie. Meestal niet.

Ik rij een jaartje of dertig op een racefiets door Nederland. In die tijd zijn de fietspaden voller geworden, de auto’s groter en de mensen achter het stuur gestrester. Ik ben gewend – zeker in de stad – dat ik er vooral zélf voor moet zorgen dat ik niet op een auto klap en dat ik om de zoveel tijd word uitgemaakt voor rotte vis. Maar zo erg als het afgelopen jaar heb ik het nooit meegemaakt. Stap op een racefiets en je bent vogelvrij.

Ik weet dat ik op deze column honderdduizend keer dezelfde reactie krijg: het ligt aan de wielrenners zelf. In sommige gevallen is dat ook zo. Er zijn asociale wielrenners, net zoals er asociale automobilisten, vrachtwagenchauffeurs, motorrijders en snorfietsers zijn. Maar geen van die groepen krijgt zoveel haat over zich heen als wielrenners. We zijn in rap tempo de paria’s van de openbare weg geworden. Voor het fietspad rijden we te snel, voor de weg te traag. Als je pardon zegt, moet je bellen. Als je belt, moet je godverdomme rustig aan doen. En o ja, voorrang geef je op zodra je een lycra pakje aan trekt.

Het komt door de verhuftering van de maatschappij, waarbij we een ander z’n plezier van een hobby niet gunnen als we er zelf twee tiende van een seconde voor op de rem moeten.

Het komt door corona, toen de ene helft van Nederland ging wielrennen en de andere helft stampvoetend binnen zat. Het komt door luie journalisten en columnisten die nog maar eens een stukje maken om middle aged men in lycra te dissen. Toen twee wielrenners vorige week bewust van de weg werden gevaagd door een auto, presteerde Radio1 het om de stelling ‘wielrenners maken er een chaos van’ te lanceren. Dat scoort zo lekker.

Ik ken het fietspad waar Sander Dekker – naar alle waarschijnlijkheid – door een wandelaar van zijn fiets werd getrokken. Er ligt een wandelpad naast. Ruimte zat. Maar daar gaat het allang niet meer om. Zie de reacties op het ongeluk; zelfs als een wielrenner op een fietspad van zijn fiets is getrokken, gaat het nog over hoe asociaal wielrenners in het verkeer zijn.

Treurig is het.

Verrassend allerminst.

Uw verslaggever ter plaatse: Hans van Eck