Bergse Bos
donderdag 20 augustus 2026

De pret die alsnog kwam

Het was helaas een training zonder voorpret. Want de weersvooruitzichten hadden gedurende de gehele donderdag van gedaante gewisseld. Buienradar had fikse regenbuien in het vooruitzicht gesteld. De online animaties lieten telkens weer grijze wolkenbanden met stevige rode pitten daarin. Maar ook opklaringen kwamen voorbij, en wanneer zouden die toch zijn? En zouden ze er überhaupt wel zijn? Pas toen we ons thuis vlak voor vertrek in onze wielertenuetjes hesen, werd duidelijk dat we het wel eens konden gaan treffen, zolang we maar de goede kant op zouden fietsen. Zoals gezegd: een training met maar korte voorpret.

Blij met elkaars aanwezigheid maar toch wel in het bijzonder met de terugkeer van een RL in ons midden. Christian had ons weer een lusje bedacht, waarbij in lengte en rijrichting ook nog eens rekening werd gehouden met de dreigende buiigheid.

Geheel tegen de Wet van Sander (zie SOWeetje) in vertrokken we met de wind vol in de snuit (hoewel de WvS met name geldt voor de snikhitte dagen, daar was deze donderdag geen sprake van). We rijden in de Hoogeveenseweg langs de onheilsplek waar deze week nog een ernstig auto-ongeluk had plaatsgevonden, de sporen ervan waren nog zichtbaar. We doorkruisen Bentwoud tegen de stevige zuidwestenwind in en berijden een deel van het tijdritparcours dat begin september op het programma staat. De omhooglopende finishstraat ligt er al netjes bij, konden we zien.

Er wordt ondanks de flakkerende wind nog een heel behoorlijk tempo gereden, dat vindt in elk geval uw verslaggever die (nog in de startmodus verblijvend) keer op keer wat futloos op een of twee fietslengtes achter de groep kwam te zitten. Met wat hulp en ontfermende aandacht links en rechts kwam hij met moeite in de buik van het SOW-gezelschap terecht, maar het hield allemaal niet over. Het groepstempo werd er – geheel des SOW’s – op aangepast, maar voor alle partijen toch jammer dat het maximale er deze avond zo niet uitgehaald kon worden.

We rijden via het Bergse Bos waar we een heus klimmetje hebben te nemen. Fraai beschenen door het doorgebroken avondzonnetje ziet het er prachtig uit, maar het doet de benen best even voelen. Het merendeel der zeven renners fladderen eroverheen, Gerard laat zich echter door het plotse klimmetje verrassen en Hans zakt als ware het dunne buikloop weg uit de buik.

We linksen en rechtsen vervolgens naar hartelust en oefenen onze bochtentechniek op het circuit langs de plassen. De RL weet er gelukkig feilloos de weg en leidt ons er zonder oponthoud doorheen.

Verderop draaien we de A12 onderdoor om zo op de Parallelweg terecht te komen, die uiteraard maximaal genomen wordt (daar vraagt-ie immers om). HvE is dan inmiddels uit zijn wankele startmodus geraakt en kan het spel meespelen. En zo denderen zeven SOW-ers over wat ooit de rijksweg tussen Utrecht en Den Haag was, nu een mooie, bijna eindeloze laan met hoge bomen. Zodra het einde nadert explodeert het voorin waar Adriaan en Christian samen het indrukwekkende voorwerk van de anderen afmaken. Het bleek overigens niet genoeg – zo zou Strava ons thuis leren – om het in augustus 2024 gevestigde clubrecord te breken (38.6 nu, 40,0 toen) – maar dat had misschien te maken met dat we relatief laat aan de sprint waren begonnen.

Veel tijd voor napret over deze genoten onstuimigheid hadden we niet, want andermaal mochten we klimmen. Dit keer over de spoorbrug, een weliswaar niet-gecategoriseerde klim maar voldoende om de kuitjes weer even te testen. Dat doet ieder van ons en trekken allemaal zo onze eigen conclusie. De Spoorbrugklim vormt in de regel een vaste combi met de Côte de Côenecoop en dat was dit keer niet anders. We gaan nog één keer uit het zadel deze avond om ons vervolgens de afzink te laten welgevallen.

In uptempo rijden we naar Boskoop toe, genietend van het feit dat we een mooi droog rondje hebben mogen rijden. We sprinten af richting het tunneltje onder de brugoprit door, nemen afscheid van de Boskoopoosters, draaien vervaarlijk het Reyerskoop op en besluiten de leuke rit met een hartelijke groet. Het was een mooie rit geweest waarbij de pret alsnog kwam.

SOWeetje

De kunst van het doseren tijdens fietsen op warme dagen is starten met meewind om de spieren warm en los te rijden. Om daarna de wind z’n werk te laten doen. Terug met de snuit in de wind, tandje terug en beluchting open. Heerlijk thuiskomen.

Was getekend,

Sander

Uw verslaggever ter plaatse: Hans van Eck