Als routeleider JvE ons Krimpen als verste punt noemt, hebben we er allemaal een ander beeld bij dan we deze avond zouden fietsen. Doorgaans is het fietsen met de Hollandse IJssel aan je linkerhand tot aan Krimpen en vandaar weer over de andere dijk aan de overtoom weer terug. Een pracht rit met vaak veel gejakker, maar dit keer was de route anders. Zowel heen als terug. JvE verraste ons en bewees dat een rondje Krimpen ook anders kan.
We vertrokken (vanwege de werkzaamheden aan de Boezemrotonde) via de Zuidkade die in Waddinxveen Noordkade heet. Het halve peloton is terug van vakantie dus zijn er volop belevenissen en ervaringen te delen, hetgeen rijkelijk gebeurt. We doorkruisen al babbelend het Coenecoopterrein en krijgen zowaar enkele grote, koude druppels op de helmen gestort. Niet uit het niets want ze kwamen uiteraard van boven, maar onaangekondigd was het wel. We rijden door wat ‘Hitland’ blijkt te heten bezuiden Nieuwerkerk aan den IJssel langs. Een smal fietspaadje (Ouderkerkselaan) eindigt met een driftig klimmetje de dijk op, waar een planologisch niet logisch geplaatst hekje ons tot afstappen dwingt. Met de fiets aan de hand staan we plots op weer bekend terrein, namelijk op de Groenendijk. We stuiteren over de klinkerstraat van Capelle Zuid tot waar we in Krimpen de brug nemen over de Hollandse IJssel.
Ook vanaf dit verste punt heeft de RL van dienst weer een bijzondere terugtocht bedacht. We doorkruisen de Krimpenerwaard op originele wijze en kijken onze ogen uit. Hoewel het ook hier is dat het tempo er even stevig op gaat. En daar waren we allemaal debet aan. Want hier bleek dat je geen Jurriën of Adriaan hoeft te heten om gruwelijk hard kopwerk te verrichten, maar je kunt ook Erwin, Gerard, Marcel, Martin of Koen heten.
We fietsen de Waard uit tot aan de Schoonhovenseweg net onder Gouda. Daar nemen we de smalle Burg. Lucasselaan die ons splijtend als Mozes door het water leidt. Via Reeuwijk-Brug en Reeuwijk-Dorp bereiken we het afsprinttraject dat Kaagjesland heet. Een weifelende auto verspert ons de sprint aan te vangen, maar als hij dan toch eindelijk optrekt gaan de SOW-ers los. Na deze sprint gaat het tempo er niet meer vanaf en trakteren de heren zich op nog een sprintje op het Zuidwijk.
Zonder een foto gemaakt te hebben (daar moet je kennelijk Christian voor heten) keren we terug op Boskoops grond.
Eenmaal thuis wordt de rit niet alleen bewaard maar ook nauwkeurig bestudeerd. Want.. waar waren we zoal geweest?
Uw verslaggever ter plaatse: Hans van Eck