Eén minuut voor kwart over zes (één minuut voor de aanvankelijke vertrektijd, maar ook 700 tellen ná de nieuw beoogde starttijd) rijden de 10 SOW-ers van het parkeerterrein in Zaanstad weg. Goed gemutst want het belooft een memorabele tocht te worden, en inderdaad: dat werd het.
Al snel rijden we door het fotogenieke Koog aan de Zaan, met z’n geveltjes en oud-Hollandse straatjes. Vervreemdend om er te zijn zonder het bijzijn van horden Japanners en andere toeristen. Het is er op dit vroege uur uitgestorven, behalve een vluchtende kat en wat ganzen. We rijden vervolgens de eerste eindeloze weg af, richting nEck. Het voelt al klam en benauwd aan, de nachtelijke bui heeft weinig verkoeling gebracht (enkel Thomas heeft het koud). De regen die gevallen is, heeft de straten benat. Onze fietsen worden met straatvuil besproeid, ook de bikes die een dag eerder nog zo mooi opgepoetst waren.
Op wat Noorddijk heet, net voor Avenhoorn, besmeuren we onze fietsen nog verder met opspattend stront van schaap en lam. We schrikken ons lam als Koen onderuitglijdt op een wildrooster. De voorzitter wordt een dwarsligger. Allen moeten in de remmen, maar met name HvE die er net achter zit. Hij kan zijn mede-bStuurslid zonder zelf te vallen net nog ontwijken, maar door de abrupte rempartij wordt, zo blijkt later, Elly wel uit bed gealarmeerd. Koen staat geschrokken op en laat zijn wonden door zijn ploeggenoten beoordelen. Jammer dat BHV-Henkie er niet bij is. En hoe handig had een EHBO-setje hier geweest. Stond daar niet iets over in de Mores? Ook Aad had niets te plakken bij zich in zijn zwarte knapzakje. De gevallen voorzitter blijkt gelukkig in staat om verder te fietsen en zou deze dag nog een hele puike rit rijden.
Ik meen dat het in Bobeldijk was, net voor Hoorn, dat onze trotse karretjes andermaal bevuild werden. Dit keer door een sproei-installatie die weinig weiland maar vooral veel asfalt stond te beregenen. We reden er maar zo snel mogelijk door, doch deze douche van puur slootwater kwam ons te staan op met talloze modderspetters bezoedelde shirtjes. Gelukkig waren we allemaal getroffen (behalve KG, die geduldig afwachtte tot de waterstraal was afgezwenkt) zodat we toch uniform verder konden. Zo waren we in hoorn niet om aan te zien.
Richting Medemblik weet JvE (dankzij thuisstudie!) dat er richting Medemblik een watertappunt staat. Daar worden bidons hervuld en gezichten schoon gespoeld. Christian rekent ons voor dat we de boot van 10 uur nog kunnen halen, maar dan moet er niet langer getalmd worden. Daar was ook geen enkele reden voor.
Tussen Medemblik en Den Oever rijden we binnendijks over eindeloze, rechte wegen. Een door Thomas naar achteren toe doorgegeven zakje Haribo doodt de verveling enigszins. Eerst het zoet dan het zuur. Want melkzuur krijgt zo richting Den Helder al vat op de eerste kuitjes. Routeleider Christian rijdt met Jurriën en Thomas (in een soort koppeltijdritje) vooruit om alvast de kaartjes voor de overtocht te regelen. Welgeteld één minuut voor afvaart meldt ook de rest van de ploeg zich op de kade, zodat we als tiental aan de oversteek kunnen beginnen. We zien René meewarig naar Den Helder staren waar de door hem geïnformeerde familieleden niet eens aan de kade staan.
Eenmaal op Texel besluit HvE via een kortere lus naar het strandpaviljoen van De Koog te rijden. De rest neemt de ruimere lus en genieten van het windjemee die langs de boorden van de Waddenzee wordt ervaren. Er wordt voluit kop-over-kop gereden, waar volop van wordt genoten maar waarover ook wordt getwijfeld: gaat ons dit verderop niet opbreken? Bij de water… eh… vuurtoren in het kopje van Texel laten we ons fotograferen door ook een vastelander die toevallig uit Gouda komt. Na de kiek volgt voor het eerst vandaag een stuk tegenwind. Druk recreatief fietsverkeer zorgt soms voor wat oponthoud, maar het wordt wel duidelijk dat we elkaar nog hard nodig zullen hebben om weer in Koog te komen. Maar eerst naar Dé Koog.
Daar aangekomen zien de negen SOW-ers Hans staan die hen fotografeert in de steile klim naar het strandpaviljoen toe. We krijgen dankzij onze reservering een prachtige plek gewezen: buiten achter glas en achter een lintje, zodoende gescheiden van al het overige volk. Verschil moet er wezen.
Het blijkt goed eten bij ‘De Dikke Zeehond’, met onze goedgevulde buikjes gaan we er steeds meer op lijken.
Het beboste, zuidwestelijke deel van Texel is de moeite waard. We rijden er met plezier doorheen. Ook de relaxte terugvaart bevalt want we weten: nu volgt er nog een loodzwaar laatste deel.
Als we via de scheepsplank het vasteland weer oprijden – waar rNee zijn familie nog altijd niet ziet – beginnen we aan het slot van deze prachtige rit. De beoogde kadeweg vanuit Den Helder is voor wat betreft het eerste deel afgesloten vanwege een amateurkoers. We mogen achter het voortrazende peloton aansluiten en vormen zo voor de enkele toeschouwer het slotstuk van de Tour de Lasalle. We zouden ze niet meer bijhalen.
Het duingebied dat volgt is schitterend. Het golft lekker op en neer, maar voor vermoeide benen voelt het toch niet helemaal als genieten. De resterende kilometers naar finishlocatie ‘Koog’ worden vanwege de tegenwind niet snel minder en ook het regelmatige stoppen doet het aantal te rijden kilometers niet snel slinken. Het wordt een lange, lange missie. Er zijn benen die langzaamaan leeglopen, maar juist dan zijn we – hoe mooi – Samen Op Weg. Er wordt alles in het werk gesteld om elkaar thuis te krijgen, met zowel behoud van vaart, als respect voor de pijne poten van sommigen. Bij dit soort monsterritten floreren we als ploeg optimaal! Hulde voor hen die juist op dit soort momenten hun ongebreidelde krachten aanwenden ten faveure van ploeggenoten die dat nodig hebben: sleuren, gaatjes dichtrijden, een handje links of rechts, vies en vuil kopwerk opknappen, … Samen Uit, Samen Thuis, Samen Op Weg!
Koog bleek toch voor iedereen te halen. Groot was de voldoening toen we de parkeerplaats weer opreden. Het was een gezellige dag geweest, op overwegend onbekend terrein. We hebben dankzij de door Christian bedachte rit een prachtige dag met veel nieuwe herinneringen gehad, al dachten onze gepijnigde benen er op dat moment nog even anders over.
Uw verslaggever ter plaatse: Hans van Eck
👍👍