In de luwte die het Gemeentehuis ons biedt, staat er geen wind. Het is er broeierig warm, aan alles is te merken dat de langste dag nabij is. JKH verricht onder toeziend oog van de notaris de trekking, want tja, we zijn met elf. Het brengt CvE in groep 2 die daarmee een RL in de gelederen heeft. Binnen groep 1 echter geen spoor van een vrijwilliger, dus wordt er simpelweg naar windrichting gekeken, hetgeen resulteert in wat wij kennen als het Lopikerrondje. Hoe simpel kan het zijn. Nadat René een verzoek aan zijn RL doet om het (met het oog op de monstertocht van zaterdag) “niet te gek te maken” en EC zich bereidwillig bemoeit met de route van de andere groep, vertrekken we allen richting Lopik. We zouden er op nagenoeg dezelfde wijze naar toe fietsen. Alleen zou groep 2 er een origineel slot aan breien, maar daarover meer in de andere Reelaas.
Op het Reijerskoop rijdt ‘onze’ groep 1 (de groep van JV, zeg maar) een argeloze fietser achterop die de buurman van Jeroen blijkt te zijn. De eenzame fietser sluit zich aan om slim van het groepsvoordeel mee te profiteren. Als deze in Oudewater alsnog een eigen route gaat en ons groepje verlaat, spreekt Jeroen zijn vrees uit voor een reprimande van het meerijdend SOW-bStuurslid. JV wordt gerustgesteld, de Mores is niet overtreden. Of het was dat de sEckretaris al niet meer zo fris was en niet eens doorgehad had dat er achter hem een verstekeling aan boord was geweest.
In Oudewater worden we bijgehaald door groep 2, die onderweg bleek naar hetzelfde verste punt. Met slechts tweehonderd meter ertussen vormt groep 2 een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op enkele leden van groep 1. Zo zien we MHu en GH de trappers flink raken om in het zog te geraken van dat andere blauwgroene treintje. Vlak voor Polsbroek sluiten wij aan, om daarna – indachtig de Mores – direct weer afstand te houden. Het wil wat, die Mores!
In Lopik, precies op het verste punt, hergroeperen we wederom, en laten we ook daar groep 2 van ons vandaan rijden. De wakkerende wind waait inmiddels in de ruggen, zodat de rivierdijk lekker genomen kan worden. Net voorbij Schoonhoven houden we even stil in de berm om de door de warmte bevangen HvE een broodnodig gelletje tot zich te laten nemen. Een voorbijrijdende trekker passeert ons stapvoets en met stuurmanskunst.
Het toch al rustige tempo wordt na de korte pauze voortgezet, het is immers behoorlijk benauwd. JV en MHo doen veel van het kopwerk, maar de keren dat MHu zich op kop nestelt, voelen we hoezeer de benen van de kweker in orde zijn.
In Reeuwijk Brug is de weg opgebroken dus zoeken we via de bebouwde kom naar een alternatief om weer richting Boskoop te kunnen. Een buurtbewoner is ons behulpzaam door ons te duiden dat we zo toch echt doodlopend rijden.
Als we in de tempel Boskoop naderen, kromt JV de rug en zet zich in pole position. Als door een wesp gestoken gooit hij het tempo flink omhoog. Naar later zeggen bleek hij inderdaad door een wesp gestoken, en wel in de linker oorlel om precies te zijn. Het gif heeft zijn uitwerking en JV spuit vooruit. Daar ten zuidoosten van Boskoop kruipen de overige vijf SOW-ers amechtig in zijn wiel. Het siert hen dat zij aansluiting houden, behalve Gerard die wel de benen heeft natuurlijk, maar zich wat had laten verrassen door zulks spielerij.
In het Zuidwijk bollen we uit. HvE blijkt zich (zoals vaker) weer hersteld te hebben, JKH had de gehele avond gretig en lekker gereden, MHu is prima in orde, MHo heeft de benen om veel vuil werk op te knappen, JV had een rustig avondje voor ogen en gunde dat zijn meerijders dan ook, en Gerard? Die had weer volop genoten.
Uw verslaggever ter plaatse: Hans van Eck